
Wij gingen met onze klas naar het Spoorwegmuseum.
Dat lag niet zover van het Amstellyceum.
We waren goed ontvangen En mochten onze jas ophangen.
We zagen boten van de VOC met een motor van 180 cc.
Wroem… wroem… door je straat
Als een wegpiraat.
We zagen een eetkamer van rijke mannen.
Daar waren drie stoelen gemaakt van boomstammen.
We zagen een maquette van de drie eilanden
Op Oostenburg stonden er paar weilanden.
Het einde van ons gedicht is in zicht
En later zagen we nog een bekend gezicht.

![]()
